Hof Amsterdam, MK IV, 16 mei 2013, nr. 11/008216 en 11/00827

(Art. 47 en 27e Awr; art. 3.90 Wet IB 2001)

Aantekeningen:

–          wat deze uitspraak interessant maakt, is dat Hof Amsterdam ambtshalve omkering en verzwaring van de bewijslast toepast. De rechtbank had dit nagelaten. De inspecteur had X schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van deze omkering en verzwaring, maar zich daarop bij de rechtbank en het hof niet meer beroepen. Waarom de inspecteur zo handelt is niet duidelijk.

–          Art 27e AWR schrijft zonder rstrictie omkering van de bewijslast voor indien de vereiste aangifte niet is gedaan. Het is vaste rechtspraak dat de belastingrechter zelfstandig op grond van de vastgestelde feiten tot de conclusie kan komen dat de vereiste aangifte niet is gedaan en dat de rechter dan vervolgens is gehouden om omkering van de bewijslast ambtshalve toe te passen. Daaraan staat niet in de weg dat de inspecteur zich niet (meer) op die omkering en verzwaring van de bewijslast ambtshalve, dus ongevraagd, toe te passen, dan moet hij dit aan partijen voorhouden, zodat zij daarop kunnen reageren. De sanctie van de omkering en verzwaring van de bewijslast mag immers niet voor het eerst in de uitspraak als een konijn uit de hoge hoed worden getoverd. Verklaart de rechter de omkering van de bewijslast van toepassing, dan moet hij verder erop toezien dat de berekening of de schatting van de inspecteur van het belastbare inkomen van de belastingplichtige niet onredelijk of willekeurig is.