Rechtbank Noord-Nederland 10 oktober 2013, 12/03124

Artikel 3.90, Artikel 3.91 Lid 1, Wet IB 2001

Samenvatting

Belanghebbende heeft tezamen met zijn broer een landbouwbedrijf gekocht voor € 1.630.000. Twee dagen later wordt dit bedrijf verkocht voor € 1.800.000. De inspecteur stelt dat sprake is van resultaat uit overige werkzaamheden. Belanghebbende weerspreekt dit en stelt dat het behaalde voordeel niet was voorzien.
De rechtbank acht de inspecteur niet in zijn bewijslast geslaagd. De inspecteur heeft aangevoerd dat belanghebbende wist dat de verkoopster genoodzaakt was de boerderij te verkopen en dat hij voorts beschikte over kennis van agrarisch onroerend goed. De rechtbank overweegt, onder verwijzing naar HR 9 oktober 2009, nr. 43.035, NTFR 2009/2202 en HR 24 december 2010, nr. 09/02964, NTFR 2011/104, dat de kennis over de omstandigheden van de verkoopster niet kan worden opgevat als verklarende factor en dat de aanwezige algemene kennis niet de vereiste ‘bijzondere kennis’ is. Verder heeft de inspecteur zijn stelling dat belanghebbende de boerderij voor een te laag bedrag heeft gekocht niet met een taxatie onderbouwd.

Aantekeningen:

Uit de richtinggevende uitspraak van de Hoge Raad van 9 oktober 2009, nr. 43.035 (NTFR 2009/2202 met een zeer lezenswaardig commentaar van Boer) blijkt, dat een transactieresultaat niet zonder meer belast is als resultaat uit overige werkzaamheden. Wil sprake zijn van een te belasten resultaat, dan dienen werkzaamheden te zijn verricht, die naar hun aard en omvang onmiskenbaar zijn gericht op het behalen van – redelijkerwijs te verwachten – voordelen die het bij normaal actief vermogensbeheer te verwachten rendement te boven gaan. Eveneens is sprake van een te belasten resultaat, indien bijzondere kennis er in belangrijke mate toe heeft bijgedragen dat belastingplichtige het voordeel heeft kunnen behalen. In vorenstaande zaak verdedigt de inspecteur heffing over het transactieresultaat met een beroep op de bij belanghebbende aanwezige bijzondere kennis. De rechtbank overweegt echter, dat deze kennis van algemene aard is en niet kwalificeert als ‘bijzonder’. Vervolgens kan de rechtbank in casu dan ook niet anders oordelen dan dat ter zake van het transactieresultaat geen sprake is van resultaat uit overige werkzaamheden.