Hof Arnhem, MK I, 28 januari 2009, nr. 0700397

(art. 22j Awr)

In boetezaken rust de de bewijslast mbt de gestelde termijnoverschrijding in beginsel op het bestuursorgaan. Gelet op de vaste jurisprudentie van de HR is het mogelijk dat een bezwaar of beroep tegen de aanslag niet ontvankelijk is en het bezwaar of beroep tegen de boete wel ontvankelijk.

HR 28 25 april 2008, nr. 43871, BNB 2008/175, V-N 2008/21,11 mbt ontvankelijkheid onderscheid tussen belastingheffing en boeteoplegging. Een na afloop van de termijn gemaakt bezwaar of ingesteld beroep tegen een boete slechts niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien de onjuistheid van de stelling van de belanghebbende dat, en op welk grond, de termijnoverschrijding niet aan hem is toe te rekenen, door de inspecteur wordt bewezen. Het is voor de inspecteur zo goed als onmogelijk de onjuistheid te bewijzen van de stelling van de belanghebbende dat hij het bezwaarschrift tijdig ter post heeft bezorgd.

Â